Van 2023 tot 2026 volgde Alexander de masteropleiding “Laser Dentistry” aan de Universiteit van Wenen.

Niet omdat het er chic uitziet op een diploma. Maar omdat hij ervan overtuigd is dat de tandheelkunde, en de endodontie in het bijzonder, aan de vooravond staat van iets dat al veel eerder had moeten gebeuren. Lasers zijn geen hype. Ze zijn het antwoord op een vraag die al meer dan honderd jaar niemand luidop stelde.

Het vuile geheim van wortelkanaalbehandeling

Het hart van een goede endodontische behandeling is niet boren. Het is ook niet vullen. Het is ontsmetten. Grondig, volledig, zonder compromissen. En toch gebruiken we daarvoor al sinds 1917 natriumhypochloriet. Gewoon bleekwater, in essentie. Meer dan honderd jaar later, in een tijdperk van MRI-scanners en robotchirurgie, spoelen we wortelkanalen nog steeds schoon met hetzelfde middel als tijdens de Eerste Wereldoorlog, hetzelfde product dat je thuis gebruikt om het toilet proper te maken. Ikzelf vind dit te absurd voor woorden, maar dit is de realiteit. Gelukkig begint dat eindelijk te kantelen.

In onze praktijk werk ik met twee types lasers, elk met een eigen rol:
De erbiumlaser werkt als een soort Kärcher-hogedrukreiniger voor binnenin het wortelkanaal. Hij verwijdert de smurrie, de smeerlaag, en de biofilm die zich in tussentijd op de kanaalwand genesteld heeft. Hij maakt de kanaalwanden terug spik en span, zodat de volgende laser zich een weg door de tand kan schijnen.
De diodelaser pakt een ander probleem aan. Bacteriën zijn niet dom: ze verschuilen zich diep in de zijkanaaltjes en krochten van de tand, buiten bereik van spoelmiddelen en licht. Of toch bijna: want licht van de juiste golflengte dringt wél door tandweefsel heen. De diodelaser spoort die bacteriën op en doodt ze per onmiddellijk op fotothermische wijze.

Is dit de heilige graal? Nee. Maar het is een stuk dichter bij een wortelkanaalbehandeling die haar naam echt verdient.