Tandtrauma wordt onderschat in de opleiding tandheelkunde, en overschat in de paniek.
Tandtrauma is geen zeldzaamheid. Het overkomt kinderen op speelpleinen, tieners op fietsen, volwassenen op de verkeerde moment. En toch is het één van de meest onderbelichte onderdelen van de tandheelkundige opleiding. Alexander organiseert als enige in België volledaagse opleidingen over tandtrauma voor tandartsen, een hiaat in het aanbod dat hij zelf al jaren met verbazing vaststelde.

Trauma: wie weet wat hij doet, redt wat anderen opgeven
De behandeling van een traumatische tandletsels is, in se, niet complex. Er komt geen rocket science aan te pas. Wat wél telt, is dat de juiste stappen in de juiste volgorde worden gezet, en dat dit snel genoeg gebeurt. Een tand die uitgeslagen is, heeft geen uren de tijd. Die heeft tientallen minuten (bewaar een uitgeslagen tand a.u.b. zo snel mogelijk in een bekertje melk).
Daarom proberen we traumapatiënten altijd nog dezelfde dag, of uiterlijk diezelfde week, te zien. Niet omdat we met een koffie en javanais in de hand wachten op patiënten, maar omdat elk uur dat verstrijkt, de kans op een goede uitkomst verkleint. Dat is geen mening. Dat is biologie.
De meest gemaakte fout? Het plaatsen van een spalk. Of beter: het verkeerd plaatsen ervan. In de meeste gevallen is een goede spalk het belangrijkste dat een tandarts op dat moment kan doen. Het is precies daar waar Alexander in zijn praktijk de meeste fouten tegenkomt bij patiënten die eerder elders behandeld werden. Te stijf. Te lang. Op de verkeerde tanden. Met de beste bedoelingen, maar het verkeerde resultaat.

Trauma vergeeft weinig. Maar wie weet wat hij doet, en snel handelt, kan heel wat redden wat anders verloren leek.
